Een camera in plaats van loon
Cas was ongeveer vijftien toen fotografie onverwacht zijn leven binnenkwam. Bij een bijbaantje kreeg hij de keuze: uitbetaald worden of een camera meenemen die de eigenaar had liggen. Hij koos de camera. Niet per se omdat hij toen al wist dat hij fotograaf wilde worden, maar wel omdat hij wilde begrijpen hoe dat apparaat werkte.
Lang duurde het niet voordat er echte opdrachten volgden. Cas experimenteerde met lightpainting, gaf er een workshop over aan kinderen en rolde vervolgens de evenementenfotografie in. Als zestienjarige liep hij met zijn camera mee met een lokaal dj-duo in Limburg en kwam hij op plekken waar hij anders niet binnen zou komen. Fotografie werd zo eerst vooral een manier om ergens middenin te staan.
Later stonden studie en werk een tijd meer op de voorgrond, maar de camera verdween nooit helemaal. Verschillende richtingen kwamen voorbij, van productfotografie tot fashion. Toch kwam Cas steeds terug bij mensen. Niet alleen omdat een gezicht interessant is, maar omdat hij nieuwsgierig is naar wat iemand drijft en hoeveel daarvan in één beeld zichtbaar kan worden.
Wanneer een perfecte foto niet meer genoeg is
In zijn eerste jaren leerde Cas fotografie zoals veel makers dat doen: sluitertijd, diafragma, compositieregels, de horizon recht en het onderwerp netjes op een derde. Die basis zit inmiddels zo diep dat hij er nauwelijks nog bewust over nadenkt. Juist daardoor kon hij de regels langzaam loslaten.
Een technisch perfecte foto is voor hem niet automatisch de beste foto. Een beeld mag een beetje bewegingsonscherpte hebben of nét niet op het oog scherp zijn als precies daar het juiste moment in zit. Wat vroeger als fout kon voelen, kan nu juist de reden zijn waarom een beeld werkt.
“Wat voor mij veel belangrijker is geworden, is dat ik het juiste moment vang.”
Die verschuiving werd extra duidelijk toen Cas in de modewereld werkte. Na een shoot voor een kledingmerk belde een model hem op: ze wist dat zij op de set had gestaan, maar herkende zichzelf nauwelijks terug in het eindresultaat. De nabewerking was niet door Cas gedaan, maar het zette hem wel aan het denken. Als alle sproeten, huidstructuur en eigenheid verdwijnen, fotografeer je dan nog een mens of vooral een product?
High fashion ontmoet straatfotografie
Zijn huidige beeldtaal haalt juist kracht uit twee werelden die op het eerste gezicht ver uit elkaar liggen. Uit fashion neemt Cas het harde licht, het hoge contrast en de strakke vorm mee. Uit klassieke straatfotografie haalt hij spanning in de compositie, onverwachte voorgronden en het gevoel dat een moment zich toevallig voor je ogen ontvouwt.
Voor zijn portretten betekent dat vaak een eenvoudige opstelling: hard licht van één kant, weinig afleiding en een beeld dat gestileerd voelt zonder dat de persoon zelf in een rol wordt geduwd. Bij documentairefotografie is de controle kleiner, maar blijft dezelfde vraag overeind: voelt het alsof je als kijker even aanwezig bent?
“Met mijn portretten wil ik dat je iemand ziet en denkt: ik ken deze persoon.”
Een portret begint vóór de eerste klik
Wie bij Cas een portret laat maken, staat niet direct na binnenkomst voor de camera. Een eerste sessie kan makkelijk twee of drie uur duren, terwijl het daadwerkelijke fotograferen soms maar tien tot twintig minuten kost. De rest van de tijd gaat naar koffie, praten en ontdekken wie er tegenover hem zit.
Niet de standaardvraag “wat doe je voor werk?” is daarbij het belangrijkst. Cas wil weten waar iemand enthousiast van wordt, waar trots zit en welk onderwerp direct iets in iemands blik verandert. Tijdens het fotograferen kan hij daarop terugkomen. De klassieke auto waar iemand uren over kan praten. Een kind waar iemand trots op is. Een project waar jaren werk in zit. Zulke onderwerpen leveren volgens hem een andere uitdrukking op dan “kijk hier en lach even”.
Vaak verandert de sfeer zodra iemand de eerste foto terugziet. Cas fotografeert met een zwart-wit preview, waardoor het beeld op het camerascherm meteen dicht bij zijn uiteindelijke stijl komt. Mensen zien zichzelf ineens anders dan in de spiegel of op een snelle telefoonfoto. Dat is vaak het moment waarop de spanning afneemt.
Iedereen kan goed op een foto staan
De uitspraak “ik sta nooit goed op een foto” hoort Cas regelmatig. Volgens hem zit daar vaak een onrealistische vergelijking achter. Mensen zien professionele modellen, campagnes en perfect geregisseerde beelden en verwachten dat ze zonder ervaring binnen twintig minuten hetzelfde moeten kunnen. Ondertussen bestaan de meeste foto’s die ze van zichzelf kennen uit snelle snapshots op een telefoon.
Cas draait die gedachte liever om. Iedereen kan goed op een foto staan, maar niet iedereen voelt zich automatisch goed vóór een camera. Daarom is ontspanning belangrijker dan een eindeloze lijst poses. Hij fotografeert portretten vaak zittend en probeert zo min mogelijk te forceren. Een schouder die niet helemaal recht staat of een hoofd dat vanzelf iets naar één kant draait, hoeft niet gecorrigeerd te worden. Dat kan juist bij die persoon horen.
Eén licht, een witte achtergrond en verder niets
Ook technisch kiest Cas bewust voor eenvoud. Een witte achtergrond, één licht en één persoon zijn vaak genoeg. Juist die beperking dwingt hem om in houding, blik, licht en timing iets bijzonders te vinden. Een spectaculaire locatie kan een foto vanzelf interessant maken; in een kale studio moet het beeld uit de persoon zelf komen.
Dat past bij zijn bredere kijk op apparatuur. Moderne camera’s kunnen steeds meer, maar voor zijn werk gebruikt hij maar een klein deel van die mogelijkheden. Nieuwe techniek is welkom wanneer die echt iets toevoegt, niet omdat een fotograaf het gevoel zou moeten hebben dat nieuw automatisch beter is.
Zwart-wit laat meer open
Zwart-wit is inmiddels een constante in Cas’ werk. Niet alleen omdat hij de uitstraling mooi vindt, maar vooral omdat kleur voor veel van zijn beelden extra informatie geeft waar hij niet om vraagt. Of iemand een blauw of rood shirt draagt, verandert weinig aan het portret dat hij wil maken.
Hij vergelijkt het met oude fotoalbums van zijn opa. Juist bij de zwart-witbeelden blijft er iets open voor verbeelding. Hoe zag die plek er werkelijk uit? Welke kleur had de omgeving? Wat gebeurde er net buiten het kader? Door informatie weg te laten, blijft een kijker soms langer bij het beeld hangen.
“Kleur kan voor mijn werk een onnodige afleiding zijn. Zwart-wit laat meer ruimte voor je eigen interpretatie.”
Niet tien jaar jonger photoshoppen
Diezelfde terughoudendheid gebruikt Cas in de nabewerking. Een puistje dat er morgen niet meer zit? Dat mag weg. Broodkruimels op een shirt? Ook geen probleem. Maar een litteken, rimpel of ander kenmerk dat onderdeel is van iemand, laat hij juist liever staan.
Een keer fotografeerde hij iemand die jarenlang onzeker was geweest over een zichtbaar litteken in het gezicht. Cas zette het licht niet zo dat het verdween, maar juist zo dat het onderdeel van het portret bleef. Dat is voor hem de grens tussen zorgvuldig afwerken en iemand veranderen.
“Wat er over een week niet meer is, haal ik weg. De rest maakt je mede tot wie je bent.”
Waarom mannen óók een portret mogen laten maken
De laatste jaren fotografeert Cas relatief veel mannen. Niet vanuit één groot plan, maar omdat hij merkte hoeveel hoger de drempel daar vaak ligt. Waar iemand op een voorstel voor een fotoshoot misschien reageert met “spannend, maar leuk”, hoort hij bij mannen opvallend vaak eerst: waarom?
Een portret wordt dan sneller iets functioneels: een LinkedIn-foto, een zakelijk profiel of iets wat nodig is voor werk. Tegelijk ziet Cas dat ook mannen zoeken naar hoe ze zichzelf willen laten zien. Stoer, sterk en beheerst zijn nog altijd verwachtingen die kunnen meespelen. Juist daarom vindt hij het interessant om in een portret meer ruimte te maken voor karakter dan voor zo’n standaardrol.
De schoonheid van het gewone leven
Naast portretten maakt Cas persoonlijke documentaires waarin hij mensen langere tijd volgt. Daarin zoekt hij niet naar uitzonderlijke gebeurtenissen, maar juist naar het dagelijkse leven dat voor degene die erin zit nauwelijks nog bijzonder voelt.
Een marktkoopman in Azië kan voor een Nederlandse fotograaf exotisch en visueel interessant zijn, terwijl diezelfde situatie voor de persoon op de foto gewoon een werkdag is. Cas draait die logica om: waarom zou iemand die thuis koffie drinkt, zijn gras maait of een ei staat te bakken minder interessant zijn? Juist zulke beelden kunnen jaren later onverwacht veel betekenis krijgen.
Tijdens zo’n documentaire probeert hij tegelijk aanwezig en afwezig te zijn. Hij praat met iemand, loopt mee en fotografeert tussendoor zonder iedere handeling te onderbreken. Hoe minder iemand nog merkt dat er een foto wordt gemaakt, hoe groter de kans dat er een beeld ontstaat dat niet gespeeld voelt.
Een foto van iemand midden in zijn passie
Voor de tentoonstelling Three of a Kind bij Pennings Foundation volgde Cas Gerard, Rik en Joshua van Iersel in hun ateliers. Het was precies het soort omgeving waar zijn manier van werken tot zijn recht komt. Niet een neutrale studio waarin iemand los van zijn werk staat, maar de plek waar ideeën, materialen en half afgemaakte projecten om hem heen liggen.
Wat Cas daar vooral zoekt, is trots. Iemand die een schilderij uit een hoek trekt en begint te vertellen waarom het belangrijk is. Een maker die tussen zijn eigen werk ineens vergeet dat er een camera aanwezig is. Voor Cas maakt het uiteindelijk weinig uit of iemand kunstenaar, kok of hobbyist is. De interessantste vraag blijft dezelfde: waar gaat iemand van aan?
Eindhoven als stad die voor je ogen verandert
Cas woonde acht jaar in Eindhoven en zag de stad in die relatief korte periode al sterk veranderen. Juist die ontwikkeling zou hij graag veel langer documenteren. Niet alleen de gebouwen die verdwijnen of erbij komen, maar ook de spanning die ontstaat wanneer groei botst met de behoefte om een stad herkenbaar te houden.
Hij ziet daarin een historische lijn. Philips veranderde Eindhoven in de vorige eeuw ingrijpend; nu zorgen nieuwe technologiebedrijven, internationale werknemers en woningbouw opnieuw voor verschuivingen. Voor bewoners kan dat ongemakkelijk of zelfs pijnlijk zijn. Tegelijk is verandering volgens Cas altijd onderdeel geweest van het verhaal van Eindhoven.
Dat maakt het voor een documentairemaker interessant. Een foto die vandaag vooral een straat, bouwplaats of buurt laat zien, kan over twintig of vijftig jaar ineens een document van een complete transformatie zijn.
Cas kijkt mee als jurylid
Cas van Laar is een van de juryleden van de Eindhoven Photography Challenge. Laat in één foto zien wat Eindhoven voor jou is en geef de jury jouw eigen blik op de stad.
Bekijk de Photography ChallengeMaak vooral wat je zelf vet vindt
Na ruim vijftien jaar fotografie is het advies dat Cas aan een beginnende versie van zichzelf zou geven opvallend eenvoudig: probeer veel, leer de basis, maar laat je niet gek maken door wat anderen vinden dat fotografie hoort te zijn.
Een eigen stijl ontstaat niet doordat je hem vooraf bedenkt. Hij groeit uit de onderwerpen waar je naar blijft terugkeren, de keuzes die je vanzelf vaker maakt en de beelden die je ook zonder opdracht zou willen maken.
“Maak vooral dingen die je zelf vet vindt.”
Bekijk meer van Cas van Laar
Meer portret- en documentairefotografie van Cas van Laar bekijken? Op zijn website vind je zijn portfolio en meer informatie over portretfotografie en persoonlijke documentaires vanuit zijn studio in Eindhoven. Je kunt Cas ook volgen via Instagram en LinkedIn. Meer fotografie uit Eindhoven ontdekken? Lees het verhaal van Roy van der Wens, het verhaal van Jan Timmer of bekijk alle verhalen van makers uit Eindhoven.